KENNISPLATFORM VOOR LABORATORIA

REDACTIONEEL

EDITIE 36, SEPTEMBER 2018

Uitgekiend testregime aan basis van veilige en steriele productie

MSD Animal Health produceert in Boxmeer meer dan honderd verschillende dierenvaccins op tientallen productielijnen. De afdeling QCO (Quality Control Operations) controleert de kwaliteit van de producten en processen. Een belangrijke rol hierin heeft het team Microbiologie, dat er voor waakt dat de productie veilig, onder de meest schone omstandigheden plaatsvindt.

Lab Specialist Roy Hüning plaatst een krat met agarplaten met ‘environmental monitoring’ monsters in één van de vijf incubators, die onlangs bij PHC zijn aangeschaft.

In Nederland moeten automobilisten vanaf hun 75-ste worden gekeurd als ze hun rijbewijs willen verlengen. Over die wetgeving zijn de meningen nogal verdeeld, blijkt uit een hele rits tv-uitzendingen van de afgelopen maanden. Heel wat bestuurders vinden zichzelf nog veel te goed rijden en zien het als betutteling. Bij anderen is het (veelal de directe familie) die zo’n keuring het liefst ieder jaar ziet gebeuren, en dan graag ook een strenge keuring met consequent doorgevoerde maatregelen, zoals het niet verlengen bij ongeschiktheid. Bij de productie van MSD Animal Health werken vanzelfsprekend geen mensen van 75 jaar of ouder, maar ook daar is er sprake van een periodieke keuring. In dit geval niet op het gebied van veilig autorijden, maar om aan te tonen dat de operators zich volgens de juiste procedures omkleden als ze in de cleanroom aan de slag gaan. “Alle operators die de cleanroom betreden en daar handelingen verrichten, moeten jaarlijks hun omkleedkwalificatie doen. Dat betekent dat er meerdere monsters worden genomen op hun cleanroomkleding via contactafdrukjes. Die worden vervolgens voor meerdere dagen in een incubator gezet. Als alles goed is, blijft de plaat schoon, wat betekent dat er geen bacteriën, gisten of schimmels zijn gegroeid op de plaat. Dat is natuurlijk –op een enkele uitzondering na misschien– altijd het geval. Het is vanuit GMPeisen onderdeel van de werkprocedures om je zo om te kleden dat er geen besmetting op je werkkleding kan komen. Daar is iedereen zich in deze hoogwaardige productieomgeving ten zeerste van bewust. Je kunt eenvoudigweg niet uitsluiten dat het altijd goed gaat, dus moet je aan de hand van metingen bevestiging blijven zoeken dat het nog steeds wel goed gaat”, stelt Roy Hüning, die sinds 2005 als microbiologisch analist (en sinds 1 juli van dit jaar als Lab Specialist) deel uitmaakt van het team Microbiologie van de afdeling QCO (Quality Control Operations) bij MSD Animal Health in Boxmeer.

 

Ongeveer 500 platen per dag

De groep van momenteel zestien microbiologisch analisten (op een totaal van iets meer dan 100 personen voor heel QCO) verwerkt jaarlijks tussen de 110.000 en 120.000 agarplaten, ongeveer 500 per dag. Het gaat hierbij om testen die kunnen worden geschaard onder de noemer ‘environmental monitoring’, EM. Hier behoren niet alleen de testen voor de omkleedkwalificatie van cleanroom personeel toe, maar ook ruimtekwalificaties (als er nieuwe productieruimtes in gebruik worden genomen) en testen voor het controleren van de ruimtes waarin daadwerkelijk wordt geproduceerd. Daarin zijn verschillende methoden van monstername te onderscheiden, bijvoorbeeld: luchtmonstername, waarbij de aangezogen lucht over een agarplaat wordt geleid; sedimentatie met een agarplaat die open op een tafel is geplaatst en contactafdrukken van een werkoppervlak of kleding. Ook worden er vingerafdrukken genomen van de handschoenen van personen die daadwerkelijk in aanraking komen met het product. Dat gebeurt niet alleen bij de mensen ➞ in productie; ook bij de microbiologisch analisten zelf, die bepaalde testen in cleanrooms uitvoeren.

In elk van de vijf incubators is plek voor zes kratten, dus zo’n 1000 monsters.

 

Grote diversiteit

Substantieel werk is ook gemoeid met het testen van allerlei producten op steriliteit. Hiervoor zijn verschillende methoden, die je afhankelijk van de validatie gebruikt: incubatie, membraanfiltratie, direct enting en de rapid sterility test. Als je bijvoorbeeld een groeimedium moet testen, kan je dat zo in de incubator zetten: de eventuele micro-organismen groeien of groeien niet. Bij direct enten breng je een monster van het product in het groeimedium. Dat is handig bij beperkte volumina, maar om grote volumes te testen zou je dan te veel groeimedia moeten beënten. In dat geval is de membraanfiltratietest meer geschikt, want je kunt een product over een membraan halen. Daarna breng je het groeimedium op het membraan en kan je met één test het hele volume testen. Een relatief nieuwe techniek is de rapid sterility test, een geautomatiseerde direct enting test, waarbij je het product in een flesje brengt dat in een apparaat wordt geplaatst. Op basis van een CO2 meting door middel van fluorescentie bepaalt het apparaat om een ingestelde tijdsperiode of het product nog steriel is. Een andere test voor productie is de bioburden test. Dit is, in tegenstelling tot de steriliteitstest, waarbij je kwalitatief kijkt of een product steriel is, een meer kwantitatieve test: hoeveel levende micro-organismen zijn er nog, wat is de load? “Producten die we afleveren zijn steriel. Indien deze gefiltreerd worden, wil productie wel weten hoeveel bioburden er voor filtratie aanwezig is. Kan het filter dat allemaal wel tegenhouden?”, licht Roy toe.

 

Testen van de test

Er worden ook testen gedaan om te bepalen of het testen goed gebeurt. Een voorbeeld hiervan is de groeipromotietest, die wordt gedaan op materialen die worden gebruikt voor steriliteitstesten, zoals groeimediums. ‘Kan er wel een bacterie groeien in het medium’ is hier de testvraag. Je kunt namelijk wel een medium gebruiken voor een steriliteitstest, maar als er geen bacterie kan groeien, heeft de test geen waarde. Je moet dat dus eerst bewijzen. Een soortgelijke benadering zie je bij bouillontesten. Processimulatie noemt Roy het ook wel: “Afhankelijk van het product dat wordt gemaakt, hoe het proces precies is, voer je een of twee keer per jaar in plaats van het product een groeimedium door de afvullijnen. Dat medium wordt op exact dezelfde manier uitgevuld als dat met de producten gaat. Dat wordt dan eerst op steriliteit getest. Daarna krijgen we het voor groeipromotietesten. Want je wil weten of het groeimedium dat door de afvullijn gaat steriel is, maar ook of er wel een bacterie, gist of schimmel in kan groeien. Anders zegt de eerste test niets over de kwaliteit van je afvullijnen.” Waar de monsters voor de hierboven beschreven (selectie van) testen door productie naar het lab worden gebracht, nemen de microbiologisch analisten over de site watermonsters van alle soorten kwaliteiten water die worden gebruikt, vooral productiewater.

Sommige testen moeten worden uitgevoerd in een flowkast, zoals hier het testen van water op de aanwezigheid van micro-organismen door Lab Techician Stef van Breemen.

 

Strak geregeld

Met een grote diversiteit aan testen en interne klanten (dat zijn er een kleine twintig) die monsters leveren is het een hele uitdaging om het analyse- en rapportagewerk efficiënt uit te voeren. “In de loop der jaren hebben we een systeem ontwikkeld dat is gebaseerd op de tijd die we voor een bepaalde test nodig hebben en het gemiddelde aantal monsters dat we voor die test aangeboden krijgen. We weten nauwkeurig hoe vaak per week we een test voor hoeveel monsters in moeten zetten om de vraag bij te kunnen houden. We willen in principe niet met prioriteiten werken, want dan trekt iedereen aan je. In de praktijk krijgen we gedurende de hele dag monsters aangeleverd. Die gaan vergezeld van een formulier, waarop de verschillende monsters staan beschreven en de testen die moeten worden uitgevoerd. Nadat we hebben gecontroleerd of alles klopt en of er geen gegevens ontbreken, worden de monsters in de bakken geplaatst die corresponderen met een bepaalde test. In het geval van de EM-testen, waarbij je op agarplaten kijkt naar de groei van bacteriën, gisten en schimmels, worden aan het einde van de dag alle bakken met EM-monsters in de incubator geplaatst. Hier worden ze gedurende zeven dagen geïncubeerd bij twee verschillende temperaturen: eerst in het gebied tussen 30 °C en 35 °C en later tussen 20 °C en 25 °C. Dat heeft te maken met de ideale groeiomstandigheden voor de verschillende micro-organismen: sommige bacteriën groeien beter rond 32,5 °C, anderen juist in de buurt van 22,5 °C, een temperatuur waarbij schimmels in het algemeen ook beter gedijen. De lange incubatietijd hangt samen met het doel van de test: je wilt uitsluiten dat er nog micro-organismen niet tot expressie zijn gekomen, dus moet je ook langzaam groeiende organismen de kans geven om te groeien. Na afloop van de test vullen we op dat zelfde formulier per plaat in of er bacteriën of gisten op de plaat te zien zijn (met het oog is daartussen moeilijk onderscheid te maken) of schimmels (die herken je goed aan de haren). Bij een afwijking wordt er direct actie ondernomen, wat zelfs kan leiden tot het niet vrijgeven van een product. De uitslagen worden ingevoerd in een datasysteem, van waaruit overzichten en trendanalyses kunnen worden gegenereerd, die weer nuttig zijn om de kwaliteitsstatus van een cleanroom waar productie of testing onder zeer schone omstandigheden wordt uitgevoerd, te volgen, zodat je beter kunt anticiperen op eventuele afwijkingen”, legt Roy uit.

 

Continue verbetering

Een belangrijk principe van Kaizen is dat van continue verbetering, waarbij je begint bij de processen waar je de grootste stappen kunt zetten, bijvoorbeeld in de vorm van kwaliteitsverbetering of tijdwinst. Die fase is bij MSD al lang in gang gezet, maar ook nu blijft iedereen gespitst op verbeteringen, op het finetunen van werkprocessen. Zeker omdat MSD zelf ook niet stilstaat: het bedrijf groeit, er komen productielijnen bij, nieuwe producten worden ontwikkeld, nieuwe productieprocessen worden geïmplementeerd. Die dynamiek wordt in het microbiologisch laboratorium min of meer ondervangen met strak georganiseerde, robuuste testprotocollen. Verbeteringen zijn ook hier veelal gericht op verbetering van kwaliteit en efficiëntie. Een recente verbetering in het testprotocol van de EM-monsters is bereikt met de aanschaf van vijf incubators van PHC. “In de oude situatie moesten we de bakken overzetten van de incubator met de ene temperatuur naar de incubator met de andere temperatuur. Dat kost tijd en er is ook een kans op beschadiging of verwisseling van de platen. Bij de nieuwe incubators speelt dat niet meer. Alles wat we op een dag inzetten, gaat vanzelf van de hoge naar lage temperatuur. Daar hebben we verder geen omkijken naar, temeer omdat ook dit proces conform GMP plaatsvindt onder gecontroleerde omstandigheden, met behulp van een temperatuurmonitoring- en alarmsysteem. Na de incubatie haal je de bakken eruit en kan je de platen gaan schouwen of er micro-organismen op gegroeid zijn.”

 

Op de groei

Elk van de vijf incubators, die ieder op een afzonderlijke werkdag worden gevuld, bevat nu drie kratten met tussen de 400 en 500 platen. Hiermee zijn ze half gevuld, want ze bieden ruimte voor zes kratten. “We hebben bij deze investering rekening gehouden met de groei die we voor de komende jaren verwachten”, zegt Roy Hüning. “Op het terrein wordt druk gebouwd aan nieuwe productiefaciliteiten. Dat levert nieuwe ruimtes op, die eerst allemaal geclassificeerd moeten worden. En als daar productie wordt gedraaid, krijgen we er weer meer EM-platen bij. Bovendien krijgen we ook meer werk vanuit de weten regelgeving. Limieten worden strenger, en ook worden soms hogere bemonsteringsfrequenties gevraagd.” Met de grotere aantallen neemt ook het niet-routinematige werk toe, waar doorgaans de meer ervaren analisten zich mee bezighouden, zo ook Roy, die zich vanuit de routine heeft ontwikkeld tot Lab Specialist. “Al met al duurt het wel twee jaar voordat je alle routinetesten in de vingers hebt, allround bent getraind. Vanaf dat moment kan je je verder ontplooien. Want er is meer werk naast de routine. Bijvoorbeeld SHEen kwaliteitsgerelateerd regel- en rapportagewerk, het schrijven en bijhouden van werkinstructies en SOP’s, het schrijven en controleren van meetrapportages, het uitvoeren en documenteren van de kwalificaties van productieruimtes, onderzoek doen bij afwijkingen, noem maar op. En misschien nog wel het belangrijkste: kennis overbrengen op nieuwe collega’s. En dan niet alleen over het ‘hoe’, maar vooral over het ‘waarom’.”

 

INFORMATIE

 

PHC Europe

www.phchd.com/eu/biomedical

 

MSD

www.msd-animal-health.nl

www.msd.nl