KENNISPLATFORM VOOR LABORATORIA

REDACTIONEEL

EDITIE 34, MAART 2018

R&D-vestiging Vaxxinova zet reuzenstappen in

ontwikkeling kippenvaccins

Met de opening van het internationale hoofdkantoor in januari 2016 en het nieuwe research laboratorium in juni 2017 op Noviotech Campus in Nijmegen maakt Vaxxinova vaart met de ontwikkeling van vaccins voor met name kippen. Manager R&D Operations Winfried Degen is er met zijn collega’s in geslaagd om in iets meer dan een jaar een deel van een gestripte fabriekshal om te zetten tot volwaardige klasse II laboratoria.

Je staat er wellicht niet elke dag bij stil, maar achter ieder stukje kip op je bord, achter ieder zachtgekookt eitje bij je zondagse ontbijt, zit een kip die in haar leven tenminste één keer is gevaccineerd. Hoe vaak dat is gebeurd, hangt af van haar verwachte levensduur. Bij een vleeskip, die in de regel zes tot acht weken leeft, volstaat een minimaal vaccinatieregime. Legkippen leven 60 tot 90 weken. Bij hen is vaccinatie als kuiken niet voldoende en moet je dit nog een aantal maal herhalen. Top-of-the-bill wat dat betreft zijn de grootouderdieren en de vermeerderingsdieren, die eieren produceren waaruit legkippen of slachtkuikens worden geboren. Dit zijn kostbare dieren, waarbij maatregelen zoals vaccinatie erg belangrijk zijn om ziektes te voorkomen. Een boer kan het zich alleen al vanwege de schaalgrootte niet veroorloven om niet te vaccineren. De kosten voor het verliezen van de hele veestapel zijn immers vele malen hoger dan die voor vaccinatie, een paar cent per kip per keer. Maar natuurlijk speelt het dierenwelzijn een minstens zo belangrijke rol. Het is dan ook belangrijk om te kunnen beschikken over vaccins die bescherming bieden tegen de bekende ziektes. En om, in het geval van zich voordoen van nieuwe varianten, daarop snel in te kunnen springen met de ontwikkeling van nieuwe vaccins.

Op basis van eerdere ervaringen is bij Vaxxinova wederom gekozen voor de door BioSPX geleverde met een microplate stacker uitgeruste washer en reader van BioTek. Deze combinatie wordt vooral gebruikt voor het klassieke ELISA-werk, zoals het vaststellen van antilichaam titers.

 

In eigen beheer

De Duitse EW Group, actief binnen de agribusiness, besloot in 2010 om een eigen vaccinpoot op te zetten, de Vaxxinova Groep. Het Italiaanse IZO, overgenomen in 2014, is inmiddels de grootste productiesite van Vaxxinova voor geregistreerde pluimvee vaccins. Naast Nijmegen heeft Vaxxinova R&D sites in het Noorse Bergen (voor aqua) en Japan (kip). Verder zijn er in Duitsland drie Vaxxinova-vestigingen voor diagnostiek (Leipzig), R&D (Münster) en de productie van autogene vaccins (Cuxhaven)”, vertelt Winfried Degen, manager R&D Operations bij Vaxxinova in Nijmegen. Autogene vaccins zijn custom-made vaccins die specifiek voor een bepaalde boerderij of gebied worden ontwikkeld tegen ziektes waarvoor (nog) geen geregistreerde vaccins beschikbaar zijn of waar geregistreerde vaccins niet langer effectief zijn. Deze vaccins, die binnen enkele weken kunnen worden ontwikkeld, mogen alleen op de boerderij of in het gebied worden gebruikt waar de ziekteverwekker is geïsoleerd.

 

Hoofdkantoor in Nijmegen

Voor zowel het nieuwe hoofdkantoor als het onderzoekslab was de keuze voor Nijmegen en Novio Tech Campus een heel bewuste. De provincie en gemeentes blijven investeren in de kenniseconomie en daardoor biedt de regio hoogwaardige werkgelegenheid op de lange termijn. Daarnaast zijn de belangrijke kenniscentra als de universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Wageningen en de Gezondheidsdienst in Deventer gunstig gelegen ten opzichte van Nijmegen. Bovendien is Nijmegen door haar internationale karakter en goede bereikbaarheid een aantrekkelijke locatie, tevens voor medewerkers met een Duitse achtergrond of woonplaats.

 

Ideale inrichting

De eerste 18 maanden zijn besteed aan de bouw en inrichting van de laboratoria. “De gebouwen van Noviotech Campus zijn feitelijk gestripte fabriekshallen, met per verdieping aan de ene kant van de gang een serie kantoren en aan andere kant een grote open ruimte die ‘naar believen’ kan worden ingericht. Dat gaf ons alle flexibiliteit om op basis van onze expertise de laboratoria te ontwerpen en te laten bouwen. We hebben in totaal acht laboratoria, waarvan er drie een toegang hebben via een sluis, met een dubbele deur en een inter-lock systeem. Het idee is om in deze laboratoria met specifieke virussen te kunnen werken, dan wel om deze laboratoria te gebruiken voor activiteiten als het kweken van schone cellen of het produceren van zaaivirussen. De andere vijf zijn meer ‘standaard’ laboratoria: één DNA/eiwitlab, één chemielab waar de vaccins worden bereid en drie virologische labs. Alle acht laboratoria hebben een ML-II / BSL 2 status en bevinden zich achter een personensluis en een goederensluis. Dat geldt ook voor de ruimte met een drietal grote broedstoven, waar virussen worden gekweekt op eieren, de kantoorruimte voor de analisten, het magazijn voor disposables en een ruimte voor vloeibare stikstofopslag en -80 °C en -20 °C vriezers. Ook is er een spoelkeuken met een grote destructieautoclaaf. Die is voor een virologisch ML-II lab essentieel: al het afval dat wij produceren moe via een autoclaaf naar buiten, tot aan de laboratoriumjournaals toe.”

De Touch serie van de BioTek ELx405 microplate washers is voorzien van een kleuren touch screen en een USB-aansluiting voor het opslaan van wasprotocollen.

 

Vertrouwde reader/washer

De laboratoria zijn uiteraard voorzien van de nieuwste apparatuur. De keuze is vaak gemaakt op basis van ervaring opgedaan in het verleden. Zo ook voor de door BioSPX geleverde met een microplate stacker uitgeruste washer en reader van BioTek, die vooral worden gebruikt voor het klassieke ELISA-werk, zoals het vaststellen van antilichaam titers. “De keuze is gemaakt voor deze apparatuur omdat deze bekend was en wij er zeer tevreden over waren. Ook onze collega’s in Münster gebruiken deze BioTek apparatuur, dus dat is alleen maar handig wanneer testen onderling vergeleken kunnen worden. Ook scheelt dit heel veel tijd die je anders kwijt bent met valideren”, zegt Winfried Degen.

Al het achter de toegangssluizen geproduceerde afval wordt door deze destructieautoclaaf zorgvuldig gesteriliseerd voordat het wordt afgevoerd.

 

Sterke groei

Met precies naar wens ingerichte laboratoria, bekende en bewezen apparatuur waarmee kan worden gewerkt en jarenlange expertise op het gebied van vaccinontwikkeling voor dieren is Vaxxinova inmiddels vol ambitie uit de startblokken weggeschoten. De R&D organisatie in Nijmegen zal zich in eerste instantie richten op de optimalisering en registratie van bestaande vaccins. Daarnaast lopen er een aantal researchprojecten om nieuwe vaccins te ontwikkelen. Waar er begin 2016 nog zes mensen in Nijmegen werkten, zijn dat er inmiddels al een kleine 25. Als alles volgens planning verloopt moeten dat er eind van dit jaar 40 zijn. “We hebben een hele platte structuur. De functie van hoofd R&D wordt door mijn collega Erik Jagt en mijzelf ingevuld. Erik, aan wie ik rapporteer, houdt zich vooral bezig met de inhoud van de projecten en de technische ondersteuning op de andere vestigingen. Mijn focus ligt meer op ‘operations’, dus vergunningen, communicatie richting eigenaar van het gebouw, budget en investeringen. We hebben op dit moment zes project managers, die ieder een aantal registratie- en/of researchprojecten onder hun hoede hebben. We streven er naar om per project manager minimaal twee analisten te hebben. De analisten die wij daarvoor op het oog hebben zijn echter niet zo gemakkelijk te vinden. Naast leergierige, enthousiaste mensen zijn we namelijk ook op zoek naar mensen op HBOniveau met ervaring op ons gebied. Die mensen nodig ik van harte uit om contact met ons op te nemen!”

Vaxxinova heeft drie grote broedstoven in gebruik voor het kweken van virussen op eieren.

 

BioSPX

www.biospx.com

 

Vaxxinova

www.vaxxinova.com

 

Jaren werken aan een nieuw vaccin

Met de ontwikkeling van een nieuw veterinair vaccin is in de regel zeven tot tien jaar onderzoeks- en ontwikkelwerk gemoeid. De trigger voor zo’n nieuw vaccin is vaak de moleculair-biologische identificatie van een onbekende ziekteverwekker, in veel gevallen een virus. Voordat het traject van vaccinontwikkeling in kan worden gegaan, is het belangrijk om met behulp van de postulaten van Koch, opgesteld door de Duitse medicus en ontdekker van de tuberculose-bacterie Robert Koch (1843-1910), aan te tonen dat het betreffende virus de ziekteverwekker is. Is dat het geval, dan is het zaak om uit te zoeken in welke vorm het virus het meest geschikt is voor de beschermende werking. De meest eenvoudige vorm is vaccinatie met een afgedode vorm van het virus, waarbij in een later stadium door toediening van het levende wild type virus wordt nagegaan of er voldoende bescherming tegen het desbetreffende virus is opgebouwd.

Een andere strategie is het afzwakken van het virus, wat bereikt kan worden door het virus via een aantal passages op cellen of eieren te laten groeien. Ook hier blijkt uit toediening van het levende wild type virus of dit een effectieve benadering is.

Een derde benadering, die vanuit het onderzoek naar humane geneesmiddelen steeds meer opgang maakt in het veterinaire domein, gaat niet uit van het hele virus, maar gebruikt essentiële stukjes gen van het virus die coderen voor belangrijke eiwitten. Hierna start -analoog aan het humaan medicijnonderzoek– het traject om ondermeer de veiligheid, effectiviteit en farmacokinetiek van het vaccin vast te stellen. Al dat onderzoeks- en ontwikkelwerk, dat net als bij het humane werk volgens sterk gereguleerde voorschriften moet worden uitgevoerd en qua data volledig traceerbaar moet zijn, staat uiteindelijk–voor Europa althans– aan de basis van een aanvraag voor toelating bij het Europees Geneesmiddelenbureau, de EMA (European Medicines Agency), het agentschap dat eind 2019 zal verhuizen van Londen naar Amsterdam. Is dat oordeel (op basis van de drie pijlers kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid) positief, dan kan het registratieproces in gang worden gezet (redactie LabVision).