KENNISPLATFORM VOOR LABORATORIA

REDACTIONEEL

EDITIE 28, FEBRUARI 2016

Analisten Margo van Roosmalen (links) en Liejanne de With bij de nieuwe klinisch chemische analyzer die een belangrijke aanleiding vormde voor de investering in de grotere-capaciteit waterzuiveringssystemen van Elga.

Analyzers blijven doorstampen in dynamiek van veranderend

diagnostisch landschap

Met de investering in twee klinisch chemische analyzers en grotere systemen voor zuiver water heeft het diagnostisch laboratorium van Saltro in Utrecht de analysecapaciteit uitgebreid. Dat was nodig vanwege het binnenhalen van enkele grote klanten. Maar ook andere ontwikkelingen binnen de eerstelijns diagnostiek zullen tot een grotere monsterstroom leiden.

Amper een jaar na de interne verhuizing van het diagnostisch laboratorium in het pand van Saltro aan de Mississippidreef in Utrecht diende er zich al weer een nieuwe uitdaging aan voor de analisten. Door de samenwerking met Zorggroep Almere en Arts & Zorg (een in Midden- en Noord-Nederland actieve zorggroep) zou het aantal monsters dusdanig groeien, dat met name de bestaande klinisch chemische analyzer tegen de grenzen van zijn capaciteit zou aanlopen. “In eerste instantie dachten we dit te kunnen ondervangen met de aanschaf van een soortgelijke, nieuwe-generatie analyzer, die al in de planning zat. Maar bij die oplossing zou er weinig ruimte zijn voor verdere groei, waarop is besloten om tegelijk te investeren in een tweede, kleiner systeem. Omdat het door het werk voor de twee nieuwe klanten extra druk was, zijn die veranderingen versneld ingevoerd. In april 2015 hadden we de eerste bijeenkomst en sinds half november zijn we operationeel met de grote analyzer”, vertelt Margo van Roosmalen die bij het cluster Klinische Chemie een van de drie werkplekverantwoordelijken is voor de grote chemie analyzers, waaronder de recent aangeschafte AU5800.

Liejanne de With, die net als haar
collega Margo werkt in het cluster
Klinische Chemie onder leiding van
Mariska de Ruiter, schetst de
uitdagingen die zij op de werkvloer
tegenkwam. “Door het draaien van
extra monsters op één apparaat
hadden we sowieso al meer werk,
maar daar kwam dus de voorbereiding
en uitvoering van het validatietraject
van de nieuwe analyzer nog bij.
Werk dat grotendeels in de
zomervakantie plaatsvond, zodat je
goede afspraken moest maken, niet
alleen met je collega’s, maar ook met
de leveranciers. Hiervoor hebben we
veel baat gehad bij het draaiboek dat
Mariska in overleg met de Facilitaire
Dienst had gemaakt, waardoor alles
precies in elkaar paste.

Want er moest ook nog her en der
worden geschoven en verbouwd.
Allereerst moest er plek worden vrijgemaakt voor het valideren van de analyzers; eerst de grote, en dan de kleine, want twee tegelijk is niet praktisch en daar hadden we echt geen ruimte voor. Bovendien moesten we het lab weer deels herinrichten om de tweede analyzer een plekje te geven. Dat doet wel een beetje pijn als je bedenkt dat we amper een jaar eerder aan de hand van lean methodieken een optimale inrichting hadden gecreëerd. Maar omdat we inmiddels aardig bedreven zijn in het lean denken waren we als team in staat om ook hier weer tot een goede oplossing te komen.”

 

Meer puur water

Met de uitbreiding van de analyse apparatuur nam de vraag naar zuiver water dusdanig toe dat met de bestaande redundante configuratie van twee middelgrote Elga-units niet altijd de piekcapaciteit kon worden gegarandeerd. Alleen al de grote chemie analyzer gebruikt 124 liter per uur, en dan heb je ook nog de kleinere analyzer, de apparaten voor allergie en stolling en de tapkranen. “We hebben derhalve bij Veolia Water twee nieuwe Medica systemen van Elga besteld. Deze kunnen ieder 18 liter zuiver water per minuut leveren bij 3 bar, wat neerkomt op ruim duizend liter per uur. Daarmee hebben we weer genoeg marge in redundante capaciteit om in noodgevallen of bij onderhoud het hele lab via één apparaat te voorzien van voldoende zuiver water. Door een systeem om snel te wisselen tussen het ene en het andere apparaat zal er wat de watervoorziening betreft nooit paniek hoeven te ontstaan: je kunt de tijd nemen om een filter te vervangen en ook bij onvoorziene storingen loopt alles gewoon door”, vertelt Margo van Roosmalen. Die grotere apparaten konden ook niet zonder slag of stoot op het lab worden geplaatst. “Ze pasten niet meer in de ruimte waar de kleinere voorgangers hadden gestaan. Bovendien was die plek ook geen optie meer omdat je ze te goed op het lab zou kunnen horen. We hebben er dus een hokje omheen laten bouwen, zodat ze nog steeds goed bereikbaar zijn zonder dat we last hebben van het geluid dat ze maken. Want geluid hebben we al meer dan genoeg met al die zoemende analyse-apparaten en je moet het niveau wel binnen de normen houden”, aldus Liejanne de With.

 

Lean

 Vandaag de dag verwerkt het cluster Klinische
Chemie gemiddeld zo’n 3.300 buizen per dag, met
piekdagen van meer dan 4.000 en ‘rustige’ dagen
van rond de 3.000. Het cluster Klinische Chemie
vormt samen met de clusters Hematologie en
Medicijnen/Speciale Technieken het klinisch chemisch
lab; daarnaast is er binnen Saltro nog een
microbiologisch en een pathologisch laboratorium.
Waar met het binnenhalen van de twee nieuwe,
grote klanten extra investeringen in apparatuur
nodig waren, hoefde het personeelsbestand niet
uitgebreid te worden. “Het lean denken betaalt zich
ook hier uit. Omdat we processen efficiënter zijn
gaan invullen, kunnen we meer aan. Zo maken we gebruik van de ‘milk man’, één persoon die één keer per dag voor het hele lab lijsten met op te halen spullen verzamelt, naar het magazijn loopt, alles meeneemt en weer over de werkplekken verdeelt. Dat levert een enorme tijdsbesparing in vergelijking met de oude situatie waar bij wijze van spreken iedereen even naar het magazijn ging om wat voor zichzelf op te halen”, vertelt Margo. Maar ook meer flexibiliteit van de analisten in de vorm van aangepaste werktijden draagt bij aan de grotere verwerkingscapaciteit. Zo zijn er voor bepaalde werkstations, zoals de AU5800, diensten ingedeeld, waarbij de ene analist werkt van half negen tot vijf en de ander van tien tot half zeven.

 

Vinger aan de pols

Ofschoon de klinisch chemische analyzers nagenoeg automatisch hun werk doen, ben je bij het huidige monsteraanbod toch met z’n tweeën de hele dag druk met die twee apparaten. “We beginnen iedere dag met kalibreren door het draaien van enkele vaste controlemonsters. Over de dag zijn we vooral gespitst op afwijkende waarden. Die komen veelal aan het licht door de middleware, de software tussen het apparaat en het Labosys, waarin veel regels zijn geprogrammeerd die op basis van de uitslag een monster kunnen tegenhouden. We bekijken dan direct de uitslag en valideren die als er verder niets bijzonders is. In andere gevallen zetten we het monster opnieuw in, waarna we de tweede uitslag ook valideren.
Door de jaren heen hebben we heel wat ervaring opgebouwd, dus we zien al snel of er iets echt afwijkend is. Bijvoorbeeld een monster kan heel vettig of vies zijn, waardoor je rare uitslagen krijgt. Soms moet je ook wel eens iets met de hand verdunnen, omdat het apparaat dat niet kan, bijvoorbeeld bij de bepaling van bilirubine bij pasgeborenen. Daar wordt zo weinig materiaal bij afgenomen, dat je daar handverdunningen van moet maken. Alle aparte waardes die te hoog of te laag zijn komen in een lijst die wordt doorgestuurd naar een van de kernanalisten, in ons geval is dat meestal Mariska, die ze allemaal nog eens bekijkt en ze ook weer moet goedkeuren. Ook voeren we op het einde van de dag weer de nodige kwaliteitscontroles uit. Als werkplekverantwoordelijke voer ik ook het maandelijks onderhoud uit en los kleine probleempjes op. Tenslotte zetten we natuurlijk ook de monsterrekken klaar en halen ze weer weg. En we vullen de magazijnen met reagentia. Reagentia die we trouwens in het kader van lean niet meer per maand bestellen, maar per week. Dat lijkt op het eerste gezicht minder efficiënt, maar bespaart flink op voorraadkosten”, vertelt Liejanne de With.

 

Inconsistent beleid

Kosten is ook een onderwerp dat steevast aan de orde is in de financiering van de eerstelijns zorg. Een financiering die anders geregeld is dan me nigeen zou denken, en waar nogal wat op aan te merken is. Dat vinden ze ook bij Saltro, dat in de persoon van bestuursvoorzitster Esther Talboom actief is in het op de politieke agenda zetten van dit inconsistente beleid. Wat is het geval? Kosten voor huisartsenconsults worden 100% vergoed in de basispolis, maar bij het inzetten van eerstelijns diagnostiek gaat bij de patiënt de teller van het eigen risico direct lopen. En dat is op zijn minst merkwaardig te noemen, zeker in het licht van het overheidsbeleid dat streeft naar een zo goed mogelijke eerstelijns zorg, zodat er zo min mogelijk onnodige doorverwijzingen hoeven plaats te vinden. De rol voor de eerstelijns diagnostiek is hierin essentieel: 60 tot 70 procent van de medische besluiten vindt plaats op basis van eerstelijns diagnostiek en in ruim 80% van die gevallen levert dit een negatieve (dus voor de patiënt gunstige) uitslag. Maar door de vergoeding van zorg en diagnostiek verschillend te regelen kan de efficiëntie van die poortwachtersfunctie behoorlijk gaan rammelen. Een arts kan bijvoorbeeld minder uitgebreide diagnostiek aanvragen waardoor een diagnose niet goed of te laat wordt gesteld, met alle (tweedelijns) gevolgen van dien, om maar niet te spreken over de effecten voor de patiënt zelf.

“Door een systeem om snel te wisselen tussen het
ene en het andere apparaat zal er wat de watervoorziening
betreft nooit paniek hoeven te ontstaan.”

Decentrale diagnostiek

Saltro neemt ook het voortouw in allerlei ontwikkelingen in decentrale diagnostiek, zowel bij huisartsen als patiënten. Huisartsen voeren al lang eenvoudige testjes uit op bijvoorbeeld glucose of ijzer, maar nieuwe technieken maken het mogelijk dat een steeds groter deel van de laboratoriumtesten in de huisartsenpraktijk kan plaatsvinden, bijvoorbeeld de CRP-test om te bepalen of er sprake is van een ontsteking. Voordeel hiervan is dat ter plekke direct een diagnose kan worden gesteld en een behandelplan kan worden gemaakt. Saltro faciliteert dergelijke ontwikkelingen door kennisoverdracht rond praktische uitvoering en kwaliteit. Ook patiënten gaan steeds meer zelf doen op het gebied van diagnostiek. Bijvoorbeeld trombosepatiënten hoeven voor het bepalen van de stollingswaarde niet meer naar een prikpost, maar kunnen thuis aan de hand van een druppeltje bloed op een teststrip de waarde in een apparaatje aflezen. Die waarden kunnen ze invullen op een kalender, die vervolgens door een doseerarts in het laboratoriumsysteem worden ingevoerd. Patiënten kunnen dat ook zelf doen, online in het Tromboseportaal, waarbij het systeem aan de arts een waarschuwing geeft bij afwijkende uitslagen. Een ander instrument dat de efficiency voor arts en patiënt verbetert is het Uitslagenportaal. Patiënten kunnen de uitslagen inzien van (vooralsnog alleen) het klinisch chemisch laboratorium op de avond van de dag dat het bloed is afgenomen. Hierbij zien ze niet alleen de waarde, maar ook een kleur, waarbij groen staat voor ‘binnen de waarden’, oranje en rood voor erbuiten. Door een op de patiënt geschreven uitleg kan de communicatie tussen arts en patiënt efficiënter plaatsvinden.

 

Meer monsters

Waar je vanwege het decentraal testen een lager monsteraanbod zou
verwachten in het laboratorium, zijn er ook ontwikkelingen gaande die
tot het tegengestelde effect leiden. Saltro heeft door lean werken en
door een sterke marktfocus partners aan zich weten te binden zodat
schaalgrootte behouden is gebleven. Daarnaast bereidt Saltro zich voor
op de toekomst door te innoveren en het aanbod uit te breiden met
decentrale diagnostiek. Voor de twee nieuwe analyzers bij Saltro zal er
voorlopig meer dan voldoende monsteraanbod zijn.

 

Veolia Water Solutions & Technologies

www.veoliawaterst.nl

 

Saltro

www.saltro.nl