KENNISPLATFORM VOOR LABORATORIA

REDACTIONEEL

REDACTIONEEL

EDITIE 22, MEI 2014

Biobanken

De consequent doorgevoerde koppeling tussen klinische data en lichaamsmaterialen maakt van de nog jonge Radboud Biobank een waardevolle bron voor onderzoekers. Peggy Manders, manager van de Nijmeegse biobank, legt zich vanuit die basis toe op het uitbreiden van de collectie. Menig -80 vriezer is inmiddels gevuld.

 

 



 

 

Rijen vriezers, tot de nok gevuld met biosamples. Dat is het beeld dat menigeen voor ogen heeft bij een biobank. Maar dat is maar de helft van het verhaal, volgens Peggy Manders. “Met alleen lichaamsmateriaal kom je niet ver. Je moet ook de beschikking hebben over de klinische gegevens die horen bij de verstrekker van dat biomateriaal. Het is de combinatie van lichaamsmateriaal met de klinische gegevens die meerwaarde geeft aan onderzoek. Dus niet alleen volle vriezers, maar ook een volle database met klinische gegevens. En dat alles op een gestandaardiseerde wijze opgeslagen.” Peggy Manders kan het weten. Voordat zij werd aangesteld als manager van de Radboud Biobank promoveerde de epidemiologisch geschoolde biomedische wetenschapper op onderzoek naar prognostische en predictieve factoren bij vrouwen met borstkanker. Vanuit een tumorbank was er voldoende lichaamsmateriaal voorhanden, maar de klinische data moesten retrospectief worden verzameld. Andersom was het bij haar post-doc onderzoek bij het NKI-AVL in Amsterdam.

Voor een multicenter studie naar gen- en omgevingsinteracties bij families die erfelijk belast zijn voor borst- en eierstokkanker was er een overdaad aan data in de vorm van stamboomen vragenlijstgegevens. Maar de lichaamsmaterialen waren niet centraal opgeslagen, en ook de registratie liet te wensen over. “Toen ik Nijmegen te maken kreeg met het fenomeen biobanken had ik –zeker als epidemioloog– het gevoel met de neus in de boter te zijn gevallen: je verzamelt gestandaardiseerd je gegevens; je hebt prospectief je lichaamsmaterialen verzameld, ook gestandaardiseerd. Dat is gewoon een goudmijn voor toekomstig onderzoek!”

Parelsnoer

 

 

 

 

 

 

Toen Peggy Manders medio 2008–zoals dat zo mooi heet– werd gevraagd Parelmanager te worden van de Parel Erfelijke Darmkanker, Instituut, was er van de Radboud Biobank nog lang geen sprake; die is in 2012 van start gegaan. “Een belangrijke impuls voor het biobankieren in Nederland was het Parelsnoer Instituut, waarin alle acht Universitair Medisch Centra (UMCs) samenwerken. Bij elk UMC ligt de verantwoordelijkheid voor en coördinatie van een Parel, een bepaald ziektebeeld. In ons geval erfelijke darmkanker. Hierbij worden per academisch ziekenhuis de aldaar verzamelde monsters lokaal opgeslagen; de eveneens lokaal verkregen klinische data komen in een centrale database. Dit alles op een gestandaardiseerde wijze, volgens afgesproken procedures. Idee is dat je zo samen bouwt aan een groot cohort voor elk van die acht ziektebeelden, dat door de gestandaardiseerde werkwijze ook eenduidig kan worden gebruikt voor verdere studies”, aldus Peggy Manders. Het werk voor het Parelsnoer Instituut leidde ook tot extra aandacht voor de infrastructuur in huis, met name voor het verzamelen van lichaamsmateriaal en de bijbehorende klinische data. “Hoe zorg je er bijvoorbeeld voor dat de buizen voor DNA die op de poli worden geprikt automatisch bij Genetica komen? Dat was nog geen standaard routine, dus dan ga je met alle betrokkenen om de tafel zitten, maak je afspraken die je standaardiseert in een procedure, kom je tot een biobankbeheersysteem voor sample tracking.”

Vanuit die focus kwam al snel de gedachte bovendrijven dat het Radboudumc ook voor andere biobank-projecten baat kan hebben van zo’n goed lopende infrastructuur en de basis is voor zoiets als de Radboud Biobank: een centrale biobankfaciliteit waar iedereen binnen het Radboudumc zijn verzameling in onder kan brengen en waar op een centraal niveau de kwaliteit van monsters en data kan worden gegarandeerd. In 2012 werd de Radboud Biobank ook daadwerkelijk opgericht, met als directeur Prof. Gerard Zielhuis, trekker van de centrale biobankfaciliteit.

Investeren

 



 

Een kleine twee jaar na de start van de Radboud Biobank ziet Peggy Manders steeds meer aansluitingen, jargon voor verzamelingen van monsters en klinische data die in de centrale faciliteit worden geïntegreerd. “Naast materialen en data voor de inmiddels 14 landelijke Parels hebben we ook biobanken in beheer op het ge- Peggy Manders, manager van de Radboud Biobank, bij één van de Panasonic -80 vriezers, die nu nog op de gang staat, maar binnenkort te vinden zal zijn in de speciaal ingerichte -80 straat. bied van bijvoorbeeld ‘young stroke’ (patiënten die tussen de 18 en de 50 een beroerte krijgen) en aangeboren afwijkingen bij kinderen (AGORA, een samenwerking tussen de afdeling Health Evidence, de afdeling Genetica en het Amalia kinderziekenhuis).

Inmiddels zijn ook dit jaar grote verzamelingen als die van de afdeling Reumatische Ziekten –een meer dan 25 jaar oude biobank met alleen al aan monstermateriaal ruim 140.000 aliquots– en van de Nijmegen Biomedische Studie toegevoegd. Waar we nu fysiek ruim 10.000 monsters in onze vriezers hebben, slechten we dit jaar nog de grens van 100.000!” Niet dat het Peggy Manders om de getallen te doen is: “Het toevoegen van bestaande biobanken is maatwerk. Iedere keer opnieuw moet je de datastructuur afstemmen op die van de Radboud Biobank. Dat uitzoeken kost veel tijd; tijd die onderdeel van het Parelsnoer je moet investeren, want alleen door dat goed te doen kan je komen tot de hoge kwaliteit van je biobank. Zo’n verzameling moet je de tijd geven om te groeien. Door het biologisch materiaal gelijk met klinische data erbij toe te voegen, hoef je niet nog eens achteraf die data te verzamelen.”

Deelname aan de Radboud Biobank is overigens niet verplicht voor de Nijmeegse onderzoeksafdelingen. “Maar argumenten als meer structuur en kwaliteitsborging van de research data in de research database die aan allerlei standaarden en normen voldoet, beklijven wel. En zeg eens eerlijk: wie is er nu echt gebaat met al die losse vriezers, ergens op een gang? Als je ook kunt kiezen voor een centrale plek, netjes aangesloten op noodstroomvoorzieningen? Als je de verantwoordelijkheid kunt leggen bij een groep dedicated mensen in plaats van die ene analist van de afdeling die een telefoontje naast zijn bed heeft liggen, want als die vriezer uitvalt, moet hij het direct oplossen.”

Oogsten

In principe kan iedere onderzoeker een onderzoeksaanvraag indienen bij de Radboud Biobank. Dit moet wel verlopen via een een senior onderzoeker van de afdeling die de betreffende deelbiobank heeft geïnitieerd. In die aanvraag zal naast het ethische aspect en de wetenschappelijke kwaliteit nadrukkelijk worden gekeken naar de argumentatie: welke klinische data wil de onderzoeker gebruiken, van hoeveel patiënten (en aan welke criteria moeten ze voldoen) en welke biomaterialen en hoeveel. De beoordeling van de aanvraag gebeurt door de CMO-light, een speciale versie van de commissie mensgebonden onderzoek (CMO). De wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen schrijft voor dat al het in die wet gespecificeerde onderzoek met mensen (WMOplichtig onderzoek) wordt getoetst door de CMO. Onderzoek met materiaal uit biobanken is niet-WMOplichtig, vandaar de naam CMOlight. Na akkoord van de commissie en het hoofd van de betreffende deelbiobank verzorgt de Radboud Biobank de uitgifte: data-extractie van de gewenste klinische data in een dataset en het klaar zetten van het benodigde lichaamsmateriaal. De biobank krijgt pas geld bij de uitgifte van de monsters. “De afdeling waar de patiënt onder behandeling is draagt de kosten voor het verzamelen van de klinische gegevens, inclusief het prikken. Op het moment dat het lichaamsmateriaal bij de centrale monsterontvangst aankomt, zijn de kosten voor de biobank.

“Argumenten als meer structuur en kwaliteitsborging van de research data beklijven wel.”

 

 

 

 

 

 

Dus DNA-isolatie, opwerken van plasmaserum, verwerken van weefsel, komt voor onze rekening. We zien dat als een investering, net als het inrichten en onderhouden van de database en het opslaan van de monsters voor onbepaalde tijd. Bij uitgifte moet wel worden betaald door de aanvragende partij: een administratieve fee voor kosten die te maken hebben met toetsing, procesbegeleiding, bedrijfsvoering en de klinische data-extractie. Per monster hebben we dan ook nog een tarief dat is gedifferentieerd naar type aanvrager (intern, extern, commercieel) en type materiaal (onder andere plasma, serum, DNA, weefsel)”, vertelt Peggy Manders. Om direct te benadrukken dat het niet de bedoeling is om er een commercieel bedrijf van te maken: “We zijn als één van de technology centers onderdeel van het Radboudumc. Als technology center hebben we geld gekregen om te investeren; de inkomsten zijn puur bedoeld om de lopende kosten in verband met het beheer van de biobank te compenseren.”

Meer en meer vriezers

De investeringen in infrastructuur lopen bij het groeien van de biobank nog steeds door. “In de tijd van Parelsnoer lagen plasma, serum en urine bij het algemene klinische chemisch lab, DNAsamples bij genetica. Nu werken we toe naar een centrale plek op de onderverdieping waar een -80 straat in wording is. Daar staan inmiddels een drietal Panasonic -80 vriezers, maar dat worden er nog heel wat meer. Panasonic kwam hierbij als winnaar uit de bus van een Europese aanbesteding die we samen met het LUMC en het AMC hebben gedaan. Verder komt er volgend jaar in een aanpalende ruimte een -20 geautomatiseerd opslag- en sample pickingsysteem voor de DNA-monsters. Dit systeem is aangeschaft door Genetica, maar wordt ondersteund door de biobank omdat wij daar een deel gebruiken voor onze samples. Ook zijn we met Pathologie in gesprek om te kijken of het efficiënt is om zelf stikstofvaten en kasten voor de paraffineblokjes aan te schaffen, zodat we ook de weefsels in eigen beheer kunnen opslaan.”

Aan de man brengen

De faciliteiten van de Radboud Biobank blijken ook voor lopend onderzoek aan een behoefte te voldoen. “Onderzoekers verzamelen in het kader van een studie nieuwe monsters. Ze weten concreet wat ze er mee willen doen, maar moeten er eerst voor zorgen dat ze voldoende monsters hebben. Ze kunnen hiertoe de monsters bij ons opslaan in een -80 vriezer. Die monsters zijn puur bedoeld voor hun eigen project; ze gaan niet de catalogus in”, zegt Peggy Manders. Maar de focus ligt toch wel op het uitleveren uit de bestaande verzameling monsters. “We kijken hierbij verder dan onderzoekers in Nijmegen. We willen ook die onderzoeker bereiken uit de Verenigde Staten, die op zoek is naar een bepaalde type patiënten. Voor materiaal èn klinische gegevens uiteraard, want we gaan voor het totaalplaatje!”

 

Panasonic Biomedical Sales Europe

www.panasonic.eu/biomedical

 

Radboud Biobank

www.radboudbiobank.nl

De Panasonic vriezers bij de Radboud Biobank tellen inmiddels meer dan 10.000 monsters; dat zullen er in de loop van dit jaar meer dan 100.000 worden, zo is de verwachting.

Peggy Manders, manager van de Radboud Biobank, bij één van de Panasonic -80 vriezers, die nu nog op

de gang staat, maar binnenkort te vinden zal zijn in de speciaal ingerichte -80 straat.

Bijna alles bij de Radboud Biobank is vastgelegd in

standaard procedures. Zo ook de kleur van de Greiner
Bio-One opslagrekken voor uit te geven aliquots voor elk van de inmiddels 14 Parels (ziektebeelden) die in samenwerking met de zeven andere UMCs in Nederland worden beheerd.

Jos van Steenoven vormt samen met Siem Klaver het team van analisten dat zorgt voor onder meer de uitgifte van de samples en het beheren van de sample tracker software.