Eenheid van taal door de hele keten
![]() |
| Steven Thijsen, arts-microbioloog bij het medisch microbiologisch en immunologisch laboratorium Diakonessenhuis in Utrecht, is op vele fronten actief om een betere elektronische uitwisseling van laboratoriumgegevens tussen de vele partijen in de keten te bewerkstelligen. |
Standaardisering
De ideale situatie is een open standaard die door alle partijen (leveranciers en gebruikers) wordt geaccepteerd en nageleefd. “Dat betekent een eenduidige definitie van de velden en dat ieder veld gevuld is met een bepaalde term die een semantische eenduidigheid heeft volgens de internationaal geldende afspraken. Als dit hier staat, dan betekent het dat en niet iets anders”, legt Steven Thijsen uit. “Een belangrijke mijlpaal hierin hebben we eind vorig jaar bereikt met de ondertekening van het convenant ‘Eenheid van Taal’ dat tot doel heeft om een standaard voor klinisch chemische en medisch microbiologische laboratoriuminformatie in Nederland te realiseren. Hierin participeren NVMM, NVKC, SKML, RIVM en de misschien voor de lezers minder bekende ‘Integrating the Healthcare Enterprise’ (IHE), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en het Nationaal ICT instituut in de zorg (Nictiz). Deelname van IHE is belangrijk omdat hierdoor ook de makers van ziekenhuis- en laboratoriuminformatiesystemen vertegenwoordigd zijn. Want die moeten de standaard immers implementeren.”
Verder de keten in
Eenduidige communicatie tussen analyser en LIMS is een eerste stap in het optimaliseren van de communicatie in de hele keten. “Als een huisarts een bepaling aanvraagt –een bepaling op het aanvraagformulier aankruist– verlopen er tal van processen ‘onder water’ voordat er een uitslag terug wordt gerapporteerd bij de arts. De huisarts weet bijvoorbeeld bij het aanvragen van een HIV-test niet precies welke bepaling wordt uitgevoerd, terwijl in het lab vaak de omstandigheden bij monstername onbekend zijn. Al die factoren kunnen van invloed zijn op de interpretatie van de uitslag. Om ervoor te zorgen dat ook hier het credo geldt ‘als dit hier staat, dan betekent het dat en niet iets anders’, is het essentieel dat alle spelers in de keten uitgaan van dezelfde semantiek, dezelfde taal spreken.” Kernbegrippen in deze exercitie zijn LOINC voor het vastleggen van informatie over de aangevraagde en uitgevoerde bepaling en SNOMED CT voor het vastleggen van aanvullende informatie zoals materiaal en locatie. Een LOINC (‘Logical Observation Indentifiers Names and Codes’)-code bestaat uit zes velden waarin staat weergegeven wat er is onderzocht, de eigenschap, tijdsaspecten van afname, monster of lichaamsmateriaal, schaal en methode. SNOMED CT (‘Systematized Nomenclature of Medicine- Clinical Terms’) is een systematisch georganiseerd terminologiesysteem voor de gezondheidszorg dat wordt gebruikt om te specificeren om wat voor materiaal het gaat, wat de relevante klachten zijn van de patiënt, welke relevante expositie heeft plaatsgevonden, enzovoorts. “Pas als deze werkwijze is ingebouwd in de hele keten, dus ook in de ziekenhuis- en huisartsinformatiesystemen, de systemen van de apothekers en zorginstellingen, heb je als zorgverlener het juiste overzicht. Dat maakt zaken als medicatieveiligheid en overdracht van patiënten van de ene zorgverlener naar de andere een stuk efficiënter en betrouwbaarder. Je zit hiermee natuurlijk ook dicht tegen de EPD-problematiek aan. Landelijke implementatie hiervan is nog opportuun; inrichting van de regionale schakelpunten met deze werkwijze ligt eerder voor de hand”, aldus Steven Thijsen.
Resistentie antibiotica
Eén van de projecten waar de problematiek rond standaardisatie wordt aangepakt is ISISweb, een website van het RIVM en de NVVM die inzage geeft in de resistentiegegevens van medisch microbiologische laboratoria. Het lab van het Diakonessenhuis levert, net als op dit moment 26 andere laboratoria van de 80 die er in Nederland zijn, geanonimiseerde resistentiegegevens die bij het RIVM in de database ISIS-AR (‘Infectieziekten Surveillance Informatie Systeem - Antibiotica Resistentie’) worden geplaatst. De laboratoria kunnen hiermee de eigen resistentiegegevens analyseren en vergelijken met die van andere laboratoria. “Op dit moment gebruikt elke deelnemer nog zijn eigen codeset om de gegevens aan te leveren. Bij het RIVM vindt min of meer handmatig mapping plaats naar de codetabel van het RIVM. Dat kost veel tijd en werkt fouten in de hand. De bedoeling is dat we op korte termijn afspraken maken over eenduidige aanlevering van de data, zodat dat proces efficiënter en betrouwbaarder kan plaatsvinden, zeker als er meer laboratoria participeren. Waar we nu nog maandelijks een update krijgen sturen we aan op een realtime systeem voor het bewaken van de resistentie. Je kunt dan sneller inspelen op uitbraken van infecties. Maar ook sneller onderkennen dat er juist geen infectie is. Enige jaren geleden kwam uit gegevens van kinkhoest-serologie een grote epidemie naar voren. Uit nadere analyse bleek echter dat dit beeld terug te voeren was op een aantal labs dat dezelfde kits draaien op bepaalde analysers. Dat haal je er op individueel GGD-niveau niet uit, maar wel met het overall systeem. Een goede koppeling kan dus veel opleveren, ook door niet te behandelen als het niet nodig is.”
Medische microbiologie in hartje Utrecht
Het microbiologisch lab van het Diakonessenhuis verwerkt per jaar 28.000 klinische aanvragen en 20.000 poliklinische-/huisartsenaanvragen. Dit komt neer op 230.000 verrichtingen per jaar. Steven Thijsen werkt in Utrecht met nog twee collega arts-microbiologen en een medisch immunoloog. Van hieruit bedienen zij ook de twee andere lokaties, in Doorn en Zeist. Samen met nog vier microbiologen van het Antonius ziekenhuis in Nieuwegein en het Zuwe Hofpoort ziekenhuis in Woerden vormen zij een maatschap. In het lab in Utrecht werken 30 fte analisten. Naast het enten, uitlezen en interpreteren van talloze agars maken zij gebruik van verschillende analysers voor het verder karakteriseren van de micro-organismen. Zo zijn er analysers voor het bepalen van de soort bacterie en de gevoeligheid, het meten van de groei van de bacterie in bloed, het meten van allergenen, het uitvoeren van serologische testen en het karakteriseren van antistoffen en antigenen in bloed tegen bepaalde bacteriën en virussen. Op basis van LimsLink, een standaard applicatie voor het integreren van systemen binnen laboratoria, heeft RAAK Lab Informatics de analysers gekoppeld aan LIMS. Sinds de oplevering van de eerste koppeling in 2005 heeft dit veel kostbare tijd van de analisten bespaard en tevens de introductie van fouten voorkomen.
RAAK Lab Informatics
www.raakbv.com
MMI
www.diakonessenhuis.nl
www.isis-web.nl
LabVison editie 15 - december 2011


















